“Een computer begint nooit ergens mee. Jij moet de vragen stellen,” zei Felienne Hermans, hoogleraar computer Science Education aan de VU, onlangs in Buitenhof. En daar gaat het mis in ons denken over AI: we doen alsof het ons schrijfwerk overneemt. Maar AI begint nooit uit zichzelf. Het wacht. Op jou.

Wie ooit heeft ervaren hoe een weetje, een liedje of een vergeten naam plotseling komt bovendrijven, kent de kracht van het menselijke onbewuste. In dat verborgen mentale magazijn ligt alles opgeslagen: ervaringen, beelden, associaties, waarden. Ons onbewuste heeft een verwerkingscapaciteit “ongeveer 200.000 keer zo groot” als die van het bewustzijn, schrijft Ap Dijksterhuis in Het slimme onbewuste.
AI heeft zo’n reservoir niet. Het voelt niets, heeft geen herinneringen, geen innerlijke drijfveren. Het rekent. Dat is waarom schrijvers AI wel goed kunnen gebruiken als gereedschap, maar niet als vervanger.
Wie werkelijk origineel en creatief wil schrijven put uit het onbewuste. Dat rommelhok kun je exploreren door je pen de vrije loop te laten. Dat levert verrassende associaties, schurende emoties, rake formuleringen op. Rijk materiaal, maar ongeorganiseerd.
Je kunt ook gestructureerde schrijfopdrachten maken. “Ik hou ervan om mezelf bepaalde beperkingen op te leggen,” (zoals geloofwaardig schrijven over een cavia op kantoor. PZ), zegt Paulien Cornelisse in Zin. Precies dat doe je in Kladjes®: twaalf korte, wekelijkse opdrachten in zintuiglijk, spannend, suggestief dan wel humoristisch schrijven met beperkingen in tekstlengte, schrijftijd en een deadline. Om je eigen materiaal aan te boren, je schrijfvaardigheid te vergroten en je eigen schrijfstem te versterken.
Kladjes® levert niet direct een publiceerbare tekst op maar wel het goud waaruit je die maakt. Twee dikke ordners met ruim duizend vaak sterke stukjes bewijzen inmiddels dat de formule werkt.
AI begint nooit ergens mee. Maar jij wèl. Op 9 januari begint de nieuwe reeks. Durf jij te beginnen?