De trukendoos van Wilders

Wil je dat jouw beleidsadvies alle media haalt? Dan kun je het aanpakken à la Geert Wilders. Retorisch is hij een soort moderne rattenvanger van Hamelen: hij weet feilloos hoe hij Henk en Ingrid aan zich bindt. Een kleine greep uit zijn gereedschapskist voor wie graag wil overtuigen.

Tip 1. Gebruik straattaal
Kort, simpel, lekker scherp en soms bewust wat grof – ‘kopvoddentaks’, ‘huilie, huilie’, ‘regenboogmaffia’, ‘faalhaas’, ‘slappe hap’. Zulke woorden doen hun werk al voordat iemand zich afvraagt of het inhoudelijk wel klopt.

Tip 2. Gebruik drogredenen
Grondig onderbouwen is optioneel; een beetje schijnlogica klinkt vaak overtuigend genoeg en bespaart de luisteraar denkwerk. Wilders is er bedreven in. Neem het meerderheidsargument. ‘Heel Nederland vindt…’, ‘De mensen thuis weten…’, ‘Iedereen voelt dit al jaren…’. Bewijs is dan overbodig.  

Of het valse dilemma. ‘Wilt u meer of minder Marokkanen?’ – alsof er maar twee smaken zijn. Of maak het persoonlijk en noem een oud-D66 leider ‘heks’. Of verteken het standpunt en laat gemakshalve weg dat de meeste immigranten géén overlast veroorzaken. Het klinkt daadkrachtig, ook als de redenering rammelt.   

Wilders, vakman, heeft nog veel meer van dit soort trucs paraat. Robbert Wigt zet ze netjes op een rij in Kopvoddentaal (Leiden, 2025). Met analyses van (mijn ooit Delftse buurjongen) emeritus hoogleraar Ton van Haaften, laat hij zien welke parlementaire taalkundige grenzen Wilders regelmatig overschrijdt.

Tip 3. Gebruik humor
Noem fractievoorzitter Job Cohen een ‘bedrijfspoedel’, maak van ic-arts Girbes steevast ‘Gribus’. Of stel een quai-onschuldige vraag: ‘Heeft u dat zelf verzonnen?’  Dat levert een glimlach op, maar geen oplossing.

Maar wil je dat je beleidsvoorstel wordt overgenomen? Kies dan nuance boven straattaal, argumenten boven drogredenen, en echte alternatieven boven one-liners – en vergroot je kans op succes. Hoe dat werkt leer je in de cursus Sneller en beter beleid schrijven.

Delen met je netwerk?

Plaats een reactie