Het Europees Parlement wil af van termen als vegaburger en sojaworst. Ze doen te veel denken aan vlees terwijl ze juist vleesvervángers zijn. De vrees is dat de mensen in de supermarkt vleesvervangers met echt vlees gaan verwarren. Vleesvervangers moeten daarom maar schijf, plak of bal gaan heten.

Dat is jammer want het is juist de bedoeling dat benamingen als kipstuckjes, vegasteak en groenteschnitzel aan vlees herinneren. Ze zeggen: zo kan het ook.
‘Sommige heel intelligente mensen maken misschien nooit fouten in de supermarkt, maar veel mensen uit mijn regio wel,’ zegt de Franse Europarlementarier Céline Imart, zelf boerin en fanatiek beschermer van vleestermen.
Blijkbaar denken mensen aan vlees zodra een woorddeel maar in de verste verte aan vlees doet denken, zelfs wanneer er wel vier keer luid en duidelijk VEGA op etiketten staat.
De vraag is: wat moeten we met woorden als wipkip, tenenkaas, koeienletters, hanenpoten, worstzin? Hoe voorkomen we dat sommige mensen denken dat deze fenomenen vlees en zuivel bevatten?
Moeten we op zoek naar andere woorden voor milieubewuste alternatieven voor vlees waar geen dierenleed voor nodig is? Moeten we die echt ‘proteïneschijf’, ‘plantaardige stapelaar’ of ‘plakje plantaardig’ gaan noemen?
Of verzinnen we alternatieven voor gehackt, roockworst, vegetarisch draadjesvleesch. Hier is de Vegetarische slager wel heel geestig op weg met Pluimfeest burger, Little Willies, Specktakel of de Auf wieder schnitzel. Kijk maar op hun website. De landbouwlobby mag wel oppassen!
Het voorstel om vleestermen te beschermen is voorlopig uitgesteld. Ondertussen geldt hier een oeroude schrijftip: sluit aan bij wat de lezer al kent wanneer je over iets nieuws begint. Regels als deze leer je in de training Begrijpelijk schrijven – in gewone mensentaal.